EEN ZEDENSCHETS

toespraak tot de toenmalige en de vroegere medewerkers en bestuursleden van het Gelders AdviesCentrum voor Homoseksualiteit GACH, ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum, uitgesproken op 4 november 1990 in Villa Lila te Nijmegen


Dames en Heren,
                             dit is het verhaal van twee zusters; ja, geen echte zusters hoor, geen familie of zo, en ook geen kloosterzusters - nonnen - maar zusters in de beweging, vriendinnen eigenlijk meer, geliefden, partners. Ik heb ze goed gekend, en ik ken ze nog. Ze wonen niet meer in Nijmegen en hun verhaal is niet uitzonderlijk. Toch ga ik het u vertellen.

Zo kun je een lezing aanvangen. Zo kan het ook:

Dames en Heren, iemand zei mij eens: "Als je in het begin van een lezing de naam laat vallen van die olijke Montfortaan Toon van Heusden, begint er altijd wel iemand te lachen." [...]
Toch is Toon van Heusden zo ongeveer de Willy Brandt van de Nijmeegse homobeweging. Hij was erbij vanaf het begin, heeft muren zien vallen en muren zien oprijzen (van Villa Lila bij voorbeeld), maar in veel gevallen gingen anderen dan hij met de eer van de verworvenheden strijken.
Wanneer je echter spreekt over voorlichting en hulpverlening kun je er niet omheen dat Toon van Heusden meer dan de meeste anderen zijn categorale steentje heeft bijgedragen.
Maar ja, je bent in zo'n klooster toch omringd door infiltranten van de vijand, en als dat niet zo is, dan ziet het er op zijn minst wel zo uit...

Er zijn meer manieren om een lezing te beginnen. Wat dacht u van deze:

Dames en Heren, men heeft mij verzocht vandaag voor eens en voor altijd het gerucht de wereld uit te helpen dat het penningmeesterschap van Paul Tummers niet veel anders is dan het met de rechterhand overmaken van gelden naar de linkerhand, aangezien er langzaamaan meer instellingen zijn waar Tummers wel penningmeester van is, dan organisaties waarbij hij die functie niet bekleedt.
Ook is mij gevraagd definitief de roddels te ontkrachten dat er bij het toekennen van subsidies door Tummers en de zijnen sprake zou zijn van corruptie en vriendjespolitiek.
Men heeft mij dit verzocht, maar ik kan daar niet aan voldoen. Althans niet helemaal. Daarvoor was het mij geboden bedrag te gering.
Ik besef dat ik hiermee mijn kansen ooit nog gevraagd te worden voor het GACH-bestuur definitief heb verknald. Maar goed, enerzijds zou het mij toch al niet lukken zo ver door te dringen in welke organisatie dan ook, dat deze mij zou willen afvaardigen naar het algemene bestuur, en anderzijds heb ik van het dagelijks bestuur de sterke indruk gekregen dat het lidmaatschap, naar analogie van de constitutionele monarchie, slechts bemachtigd kan worden door vererving, al ben ik blijkbaar de enige die dat denkt, want de kroonprinsen verdringen elkaar rond de troon, zo lijkt het soms.

Toch moet er nog een betere opening zijn. Persoonlijker misschien en geestiger:

Dames en Heren, in het begin van dit jaar ben ik twee maanden ziek geweest. Ja, dat is leuk! En als u mij vraagt: "Was het ernstig?", dan kan ik zeggen: "Mmmwah!" Ik bedoel, het betrof uiteindelijk geen duurzame aandoening, maar in het begin zag het er slecht uit, eh..., "ja, hoe slecht?", zult u dan vragen... Nou, laat ik het zo zeggen: John van den Broek had zijn toespraak al klaar... Zo ernstig was het ongeveer.

Nee, ook dat is geen goede opening. Het gekke is, je dingt met zo'n inleidend stukje naar de gunst van het publiek, uit angst, dat de mensen niet open staan voor wat je wilt gaan zeggen, dat ze je, zo geheel ten onrechte, niet sympathiek vinden. En dan te bedenken dat je als spreker zo langzamerhand van éen ding overtuigd kunt zijn: het homoseksuele publiek wordt steeds positiever.

Ach, misschien was die eerste opening toch de beste, over mijn twee vriendinnen. Laten we maar eens kijken waar we uitkomen als we daarmee verder gaan.

De ontmoeting
Marianne Schampeldreef kwam in het begin van de jaren zeventig als twintigjarige naar Nijmegen om daar Nederlands te gaan studeren. Ze was zo lesbisch als een looien deur, maar wist dat nog niet zo lang.
Gelukkig liep ze in De Plak tegen Elsemieke Breekzeep op. (U merkt dat niet, maar om redenen van privacy heb ik de namen van mijn vriendinnen enigszins aangepast.)
Elsemiek was niet alleen tien jaar ouder, zij had ook in de jaren zestig al twee kinderen gelegd en was gepokt en gemazeld in de vrouwenbeweging en in feministische praatgroepen; ze had alle boeken van Hanneke - later Hannah - van Buuren gelezen, was idolaat van Anja Meulenbelt, en droomde van een carrière als Hedy d'Ancona, toen al, wat op zijn minst van een vooruitziende blik getuigde. Haar eigen man, Willem, had ze aanvankelijk zo murw gezeurd over rolpatronen, seksediscriminatie, mannelijk chauvinisme, en neuken als uiting van agressie, dat hij geheel overstag ging en alle taken in het huishouden op zich nam, inclusief de verzorging van Remco en Bregje, hun kinderen, en Alice en Gertrud, de twee gecastreerde katers die na de geboorte van Bregje definitief Willems plaats in het echtelijke bed hadden ingenomen.

Dat hij na verloop van tijd zijn vrijetijdsbesteding louter nog buitenshuis zocht, zal u niet verbazen.
En al evenmin zult u van verbazing omtuimelen wanneer ik u vertel dat die vrijetijdsbesteding geregeld bestond uit het bij nacht en ontij her en der in de stad op blinde muren aanbrengen van de tekst: "Mijn lul geen spierbal".
Maar het minst van al zult u het verbazingwekkend vinden dat Elsemieke na 1 jaar permanent die man over de vloer te hebben gehad, hem met al zijn tuinbroeken en sandalen de straat op geschopt heeft, en dat hij nu, na veel gedonder met de rechter, eens in de maand een weekend lang zijn kinderen mag zien.

Elsemieke daarentegen bracht haar vrije uren vooral door met het volgen van workshops vrouwenpoëzie, waarbij het ronde en het zachte in de taal letterkundig werd geëxploreerd, en het groepsgewijs menstrueren bij volle maan. Daarnaast volgde ze een drie weken durende part-time opleiding feministische groepsdynamica en ging ze in het circuit van vormingscentra en volkshogescholen trainingen geven en weekends begeleiden.

Geluk
In dat milieu raakte de jonge Marianne in de eerste helft van de jaren zeventig verzeild. Groen en onervaren viel ze met haar neus in de boter, en binnen de kortste keren was ze even bevlogen als Elsemiek. Sterker nog, ze werd verliefd op haar en haar liefde werd beantwoord. Er ontstond een relatie en in 1975 gingen ze samenwonen. Met de kinderen en de katten richtten ze hun Dukenburgse doorzonwoning geheel naar lesbisch-feministische maatstaven in: veel paars op muren en gordijnen, een oerwoud van vinger-en papyrusplanten, en een wc vol geestige cartoons over de man als verkrachter. Ze kochten zelfs een auto: een Volkswagen, een Golf om precies te zijn, maar wel een automaat, want dat masculiene pookje kwam er bij hen niet in.

Rolwisseling
Nu zult u denken: "En ze leefden nog lang en gelukkig..." Misschien, maar zo ver zijn we nog niet. Want hun relatie was geen statische aangelegenheid. Naarmate Elsemiek, die inmiddels tegen de 40 liep, meer afstand nam van haar huwelijk en haar ex-man, bekroop haar de gedachte dat het niet goed was om alleen met vrouwen te strijden tegen seksisme en discriminatie. De wereld bestond uit mannen én vrouwen...
Marianne echter was zo doordrenkt van de ideeën die Elsemiek haar in hun eerste tijd had bijgebracht, dat zij er steeds sterker van overtuigd raakte in het vervolg alleen nog maar met vrouwen te willen omgaan. Zelfs de kleine Remco, bijna twaalf nu, begon al trekken te vertonen die op haar zenuwen werkten.
En in studeren had ze al helemaal geen zin meer. Na de bezettingen op het Instituut Nederlands had ze besloten geen voet meer over de universitaire drempel te zetten, want haar mannelijke medestudenten deden in niets voor die varkens van hoogleraren en wetenschappelijk medewerkers onder.

Uren, dagen, ja zelfs nachten lang hebben Elsemiek en Marianne gediscussieerd. Er werden weekends georganiseerd met vriendinnen en collega's, maar ze kwamen er niet uit. En Elsemiek en Marianne besloten weliswaar bij elkaar te blijven, maar politiek hun eigen weg te gaan.
Had Elsemiek eens een mannelijke collega op bezoek, dan liet Marianne zich niet zien. Haar eigen vader was gelukkig al dood en Elsemiek had helemaal met haar familie gebroken toen ze haar huwelijk opbrak en lesbisch werd, dus in principe kon het huis om der wille van de lieve vrede, manvrij gehouden worden, op de kleine Remco na...

Verantwoording
Nu vraagt u zich natuurlijk af: "Waarom vertelt hij ons dit allemaal? Wat hebben wij met twee van zijn vriendinnen te maken?" Ik zal het u zeggen. Bij het snuffelen in de archieven van het GACH, in jaarverslagen en notulen, viel het me op hoezeer het Gelders adviescentrum een mannenaangelegenheid was geworden. Was er vroeger een aantal vrouwen zeer actief, in de loop van de jaren tachtig werd het GACH een mannenclub, terwijl ik toch niet alle leden van het dagelijks bestuur ervoor aanzie deze ontwikkeling als verborgen beleidslijn te koesteren.

Daarom dacht ik dus vanavond maar eens twee vrouwen centraal te stellen, bij wijze van compensatie, én omdat éen van onze heldinnen, Elsemieke, in het begin van de jaren tachtig afscheid nam van haar feministische segregatiepolitiek en toetrad tot het GACH-telefoonteam. Tegelijkertijd werd ze lid van het COC en actief in de werkgroep publiciteit, dit alles zeer tot verdriet van de nijver voortradicaliserende gesjeesde Neerlandica Marianne, die zich met haar RADFEM-praatgroep hoofdzakelijk boog over de vraag hoe zij Remco bij zijn vader en Elsemieke weer op het rechte pad zou kunnen krijgen.

Sommige oudgedienden onder u zullen zich zeker nog iets van de activiteiten van Elsemieke herinneren. Zíj was het bij voorbeeld die destijds een ledenwervingsactie voor het COC Nijmegen op touw zette met als onvolprezen en nu reeds onsterfelijke slogan: HET COC HEEFT ALTIJD WAT!
Dat later de Bijenkorf en Amsterdam beweerden het te hebben, vindt daar zijn oorsprong, bij Elsemieke Breekzeep.
Ook haar aanwezigheid in het telefoonteam is niet onopgemerkt gebleven, al was het maar door haar slagvaardige gevoel voor humor.
Zo adviseerde zij een jonge man die geschokt liet weten dat zijn bedgenoot die nacht tegen hem gezegd had: "[geeuw] Ik kan maar niet in slaap komen, kun je niet eens wat over jezelf vertellen?", gewoonweg in het vervolg zijn partner met een eind hout op het hoofd te meppen, wat met recht een slagvaardige reactie genoemd kan worden.
Later hoorde je deze geschiedenis in allerlei variaties terug, maar zij was de eerste, zoals altijd, zij had het meegemaakt!

En toen er eens iemand belde met het verhaal dat hij een te nauwe voorhuid had, maar bang was om zich te laten helpen, schijnt zij geantwoord te hebben: "Ja meneer, daar snijdt u een teer punt mee aan", waarna de man ophing!

Ook was er eens een cliënt die had gereageerd op een kennismakingsadvertentie van een Amerikaanse jongen. Deze zoon van Uncle Sam had 78 reacties gehad en ging zijn reflectanten éen voor éen opzoeken. Op initiatief van de beller was hij meteen maar de eerste nacht blijven slapen, maar toen hij 's morgens wakker werd, had hij, tot ontsteltenis van de hulpvrager, op zijn horloge gekeken en gezegd: "Als dit zaterdag is, dan moet jij Jan Willem zijn".
Elsemiek heeft hem geadviseerd voortaan op dit soort uitlatingen te reageren met: "Dat klopt en ik kan je meedelen dat op dit moment je verblijfsvergunning is verlopen, D'RUIT!"
Geen halve maatregelen dus.

Echt zielig was de homoseksuele joodse jongen die geroyeerd werd als lid van de watersportvereniging Phocas, nadat hij geschreven had het zo te betreuren dat er niet meer joodse én homoseksuele jongens lid waren van de vereniging.
Hij verkondigde dit in de column die hij voerde in het clubblad onder de titel: "Uitgeroeid". Tot Elsemiekes verbazing hing ook deze jongen op, toen zij hem antwoordde met, wat naar later bleek een soort standaardreactie van haar te zijn, inderdaad: "Daar snijdt u een teer punt mee aan!", waarna zij in het logboek noteerde: "Waarschijnlijk de zelfde jongen als van die voorhuid", een conclusie die het jaarverslag niet heeft gehaald...

De neiging om cliënten met spreekwoorden of slogans van dienst te zijn, heeft Elsemieke nooit verlaten, en we mogen hopen dat haar GACH-antwoorden meer effect hebben gehad dan haar wervingsspreuk voor het COC.
Volgens de boeken heeft zij een oude heer die steeds meer moeite kreeg met het tot stand brengen van een ejaculatie, vrolijk toegevoegd gewoon maar door te gaan, onder het motto: "Komt tijd, komt zaad", terwijl een pedofiele man die informeerde of het schadelijk was als een jongen van zes hem pijpte, te horen kreeg: "Ach meneer, een kindermond is gauw gevuld."

Hoog niveau!
U hoort, Elsemieke was een gekwalificeerde hulpverleenster geworden en dat is bij het GACH-telefoonteam altijd van groot belang geweest. Wat je ook had, je kon erop rekenen dat je gekwalificeerd geholpen werd. Stel je eens voor dat je ongekwalificeerd geholpen zou worden! Ik moet er niet aan denken.
Hoewel..., mijn zwager is onlangs nog zeer gekwalificeerd geholpen, maar desalniettemin werd hij tien maanden later vader van zijn achtste kind. Dit echter bracht kwade tongen ertoe te suggereren dat zijn vrouw dan waarschijnlijk daar ongekwalificeerd aan geholpen was, dus zo kwam alles toch nog in orde.

Weet u trouwens, over het telefoonteam gesproken, dat ik een tijdlang gedacht heb dat hierboven mensen woonden? Op vrijdag- en zaterdagavonden kon je hier types de foyer zien binnenkomen en aan de bar om een pils horen vragen, alsof het hun eigen keuken betrof. En zo vaak!
Pas veel later leerde ik, dat dat leden van het telefoonteam waren! Nou, daar heb ik respect voor, hoor. In oude notulen las ik eens dat er overleg met het beheer van de Villa moest komen, want "er werden sloten koffie in rekening gebracht." Dat leek mij sterk. Ik begreep dat pas, toen ik mij herinnerde hoe ik, die paar keer dat ik op vrijdagmiddag de Villaborrel eens bezocht heb, bijna van verbazing van mijn stoel viel, als iemand die ook bijna van zijn stoel viel mij mededeelde dat hij "die avond dienst had..." Kijk, en daar heb ik dus respect voor, want de trap af is in die toestand altijd nog een heel stuk makkelijker dan de trap op, al is het nog zo'n kleintje. En dat je dan wel een kopje koffie lust, dat kan ik billijken.

De nieuwe tijd
Terug naar ons verhaal. Terwijl Elsemieke geïntegreerd floreerde bij het COC en het telefoonteam, schoolde Marianne zich sectarisch het schompes. Ze alfabetiseerde Moslimvrouwen, liep voorop bij de Heksennachten, vatte het verzamelde werk van Simone de Beauvoir samen voor vrouwen in achterstandsbuurten, en... werkte Remco op zijn achttiende jaar het huis uit, die liefdevol door zijn vader werd ontvangen met de woorden: "Jongen, nu ben je man geworden", waarna de knaap verklaarde dat hij homoseksueel was en zijn vader hem zei: "Mag ik je even voorstellen, dit is Gerrit, mijn vriend. Sinds vorige week woont hij ook hier."
En wie zou het hun durven kwalijk nemen, dat zij gedrieën harmonieus en vredig gingen samenwonen?

Zo verliepen de jaren tachtig, maar ze waren nog niet voorbij. Na 1985 begon Elsemieke er steeds meer genoeg van te krijgen almaar vragen van mannen te moeten beantwoorden, en ook in het COC raakte zij langzaam haar draai kwijt. Daarbij wilde ze wel eens iets anders dan altijd maar goedbedoeld, onbetaald en vrijblijvend vrijwilligerswerk. Dus liet Elsemieke zich omscholen en volgde zij achtereenvolgens cursussen in management en informatica. Een vrouw van de wereld zou zij worden. De kinderen volwassen - Bregje was nu ook het huis uit een nieuwe tijd en een nieuwe carrière! Via een herintredingsproject voor vrouwen boven de veertig moest het toch lukken om vóor haar vijftigste een goed betaalde moderne baan te hebben.

Marianne daarentegen kreeg genoeg van altijd maar weer ideologisch verantwoord bezig zijn. De ongeëmancipeerde keelklanken van de muzelvrouwen kwamen haar de neus uit. Vijftien jaar lang had zij zich opgesloten in een relatie. Tien jaar lang had zij, aanvankelijk aangestoken door het enthousiasme van Elsemiek, aan de leiband van een beweging gelopen die langzaam maar zeker bezig was zichzelf op te heffen en waarvan de voorvrouwen stilletjesaan allemaal goedbetaalde posities aan het verwerven waren.

In een opwelling van zwakte verruilde zij na 1985 nog even de restanten van de feministische strijdcultuur voor de pottenprioriteit van het COC; even werd zij actief in de organisatie die Elsemieke net verlaten had, maar de mannen die zij daar aantrof waren van een zo beledigende vrouwvriendelijkheid, dat zij meteen wist dit geen jaren meer vol te houden. Ook zij wilde zelf wel eens wat zijn.
Het is dat het geven van voorlichtingen haar nog een tijdje bij het COC hield. Zij was er al gauw verknocht aan geraakt in de auto van haar en Elsemiek - ze genoten inmiddels van hun tweede feministische Golf - tot in de wijde omtrek plattelandsvrouwen, scholieren en werkende jongeren de blijde boodschap te verkondigen. Het was een boodschap van bevrijding. Niet langer hoefde er gedacht te worden in termen van angst en apartheid. Mannen en vrouwen, jong en oud, homo en hetero werkten samen aan de bevrijding van de seksualiteit, aan een maatschappij waarin alle hokjes wegvielen. Europa zou verenigd worden, nu de mensen nog.

Dat dacht Marianne allemaal, soms, op de terugweg van een voorlichting, in de auto, als ze weer eens een stelletje van die snotjongens voor zich had gehad die tijdens de 1 uur die de voorlichting in het vormingscentrum duurde niet eens hun jassen hadden uitgetrokken.

En zo stapelden de desillusies zich op. Marianne verliet het COC, zat nog een blauwe maandag op het Potten- en Flikkerkoor Cantus Obliquus, en besloot ten einde raad haar studie maar weer op te pakken. De relatie met Elsemiek liep langzaam maar onafwendbaar op de klippen. De nieuwe mens was een individu, vond ze eigenlijk, geen deel van een tweeëenheid en alleen al de gedachte aan een homohuwelijk deed haar gruwen. Stel je voor, Elsemiek en zij op het bordes van het stadhuis! En wie moest dan de bloemen dragen? Bah!

De afloop
En nu, nu is het 1990. Elsemieke en Marianne zijn uit elkaar. Vriendinnen voor het leven, maar voorgoed gescheiden van tafel en bed. Ze wonen zelfs niet eens meer samen.

Marianne is nu veertig en vorig jaar afgestudeerd. Ze vond een baan als medewerkster bij de Lesbische en Homostudies in Maastricht. Terwijl ze aan haar scriptie werkte - ik bedoel: in die periode - heeft ze zich eigenhandig geïnsemineerd met het sperma van een bevriende flikker en werd ze zwanger.
Het laatste wat ik van haar hoorde, was dat ze verliefd was geworden, op een man, en meteen bij hem was ingetrokken. Hij heet Rens en heeft wel zijn homoseksuele periode gehad - zelfs koesterde hij een blauwe maandag het ideaal een bejaardenhuis voor homoseksuelen op te richten, of voor homoseksuele kunstenaars (ik weet het niet zo precies), het Rosa Kringspierhuis of zo, of het Niek Engelschmangesticht, maar in elk geval: sinds hij Marianne ontmoet heeft, denkt hij alleen nog maar aan haar. Hij schijnt zelfs te overwegen zijn baan bij het Studium Generale op te geven om Mariannes kind te gaan verzorgen.
Marianne zelf bereidt momenteel een boeiende reeks lezingen en colleges voor over het denken op de linkermaasoever van Sint Servaes tot heden.

Elsemieke is vijftig en vond vorig jaar een baan als beleidsambtenaar vrouwen- en homo-emancipatie bij een gemeente in de kop van Noord-Holland. Het gaat haar naar den vleze. Een huis met uitzicht op het Ijsselmeer, een Saab Turbo, twee keer per week duur uit eten en tien keer per dag die gulle lach die alleen uit de verworven diepten van háar gemoed kan opwellen.
Elsemieke is het soort vrouw geworden waarvan je zegt: "Daar hadden ze er twee van moeten maken!"

Af en toe denkt ze dat het tijd is voor een nieuwe ontwikkeling in de vrouwenbeweging. Vrouwen en geld, dat lijkt haar wel een interessante combinatie voor een hernieuwd bewustwordingsproces. Onlangs publiceerde zij een kort stukje in Opzij. Daarin betoogde ze dat het nu wel wetenschappelijk bewezen kon zijn dat vrouwen minder van muziek genieten dan mannen, maar dat ze evenzogoed wel het zelfde bedrag moeten betalen voor een plaats in het Concertgebouw, en ze bepleitte een vrouwenkortingkaart voor muzikale festiviteiten. De meeste lezers zullen wel gedacht hebben dat het een fake-stukje was, een grap van Renate Dorrestein of zo, maar dat was een misvatting. "Slechte oren? Korting scoren!", stond erboven en ik wist meteen dat het van Elsemiek moest zijn, al bereikte ze hiermee niet meer de hoogte van haar vroegere successen.
En vorige week nog verklaarde zij in een ingezonden brief in De Volkskrant onlangs ontdekt te hebben dat Hedy d'Ancona helemaal niet bestaat, maar dat wij voor het lapje gehouden worden door Marjan Berk die ervoor speelt.
Nog even en ze onthult dat zij zelf ook niet bestaat, net als Marianne, en schrijver dezes... Maar het blijft een enig mens, dat wel.

De moraal
Dames en Heren, het verhaal van Elsemiek en Marianne is ieders verhaal, het is ons verhaal en laat u niet misleiden door het feit dat het hier om twee vrouwen gaat.
Maar nadat ik u deze leerzame geschiedenis heb verteld, omdat het mijn diepe overtuiging is dat mannen en vrouwen in de homobeweging en de homocultuur een boodschap aan elkaar hebben, hoezeer soms ook het tegendeel uit de werkelijkheid lijkt op te maken, wil ik u graag feliciteren. Niet met het gegeven dat het GACH een organisatie is geworden waarin vrouwen nog nauwelijks een rol spelen, maar wel met het feit dat u allen van het GACH hebt gemaakt wat het nu is.
Onze samenleving, de homobeweging, u en ik, wij zullen het GACH nog nodig hebben in de toekomst, zoals mannen en vrouwen elkaar nodig hebben, ook in de homo-/lesbische beweging, zoals we elkaar nodig hebben, misschien meer dan ooit.
Want éen ding is zeker, zoals wij nu te zamen zijn, zullen wij dat over tien jaar niet meer kunnen, misschien over vijf jaar al niet meer, of nog eerder. Zo gaat dat in het leven, en te vrezen valt dat het in onze levens harder zal gaan dan ooit.

Ik heb vandaag een paar keer nagedacht over de rituelen die wij hebben. Hoe vieren wij feest? Hoe rouwen wij? De homo-/lesbische beweging heeft, in al haar geschakeerdheid, nog steeds geen eigen stijl daarin ontwikkeld. En hoewel velen los staan van de traditionele kerkgenootschappen, doen we in feite niets anders dan bij voorbeeld de Christenen.
Kijkt u maar naar vandaag. Wij hebben iets te vieren. Eerst was er vanmiddag een Dienst van het Woord. Daarna braken wij het brood en hieven we de beker. Er is een preek en straks komt er nog gezang. En voor wie behoefte heeft aan een collecte, staat dáar de paal van het AIDS-fonds!

Kunnen wij überhaupt gezamenlijk rouwen en vieren? Er lopen nog altijd mensen in Nijmegen rond die elkaar na een onnozel COC-conflict niet meer aankijken. Het Nijmeegs Potten- en Flikkerkoor dreigt in te zakken, omdat er te weinig vrouwen zijn die in een gemengd koor willen zingen. En in plaats van de handen aan de ploeg te slaan, rollen we liever vechtend over straat.
Zo komen we nooit toe aan onze eigen rituelen, aan het verder ontwikkelen van een eigen cultuur waarin ónze normen en waarden aan bod komen.
Overigens hoeven we daarbij niemand te weren. In, nogmaals, het Nijmeegs Potten- en Flikkerkoor, zijn heteromannen en -vrouwen evenzeer welkom als homo's en lesbiennes. Maar het is een omgekeerde vorm van integratie. Zij vindt plaats op óns terrein, op ónze termen, en wie zich daarbij thuisvoelt, is welkom. Niet wíj gaan als een minderheid de aanpassing eisende samenleving in, de samenleving integreert in ónze cultuur, waar voor de verandering ónze normen nu eens dominant zijn.

Als ik het GACH en daarmee u allen feliciteer, is het omdat daar en door u al het bovenstaande al jarenlang in praktijk gebracht lijkt. U vormt een bestuur met homo's en hetero's. Uit de archieven blijkt vrolijkmakend weinig van persoonlijke vetes en onproduktief gekibbel. En u is erin geslaagd al twintig jaar binding te geven aan de veelkleurige homo-/lesbische beweging in onze regionen. Dat lijkt mij meer dan een felicitatie waard.

Vergunt u mij daarom dat ik dit verhaal voltooi met een gedicht. Uit de lezingen van vanmiddag bleek al dat de sprekers niet van de straat waren, dus waarom zou u achterblijven qua poëzie?
Het is geen vrolijk gedicht, maar het sluit aan bij mijn opmerking over het zoeken naar eigen rituelen, naar het inhoud geven vanuit onze eigen cultuur aan vrolijkheid en droefenis.
Homokunst bestaat niet, maar er bestaat wel een homocultuur. Ook die zullen we de komende jaren meer dan ooit nodig hebben, net als ons vermogen om onszelf te lachen, om te relativeren, en dit laatste zeg ik dan maar voor diegenen die misschien, bedoeld of onbedoeld, geraakt werden door éen van mijn al of niet misplaatste grappen.

Het gedicht waarmee ik afsluit, bestaat uit drie delen en werd eerder gepubliceerd in PINK, het afdelingsblad van het COC Nijmegen, en geschreven bij de dood van de zanger/acteur Jan Mesdag, die een paar maanden vóor hij in 1988 op bijna 35-jarige leeftijd aan AIDS overleed, de mooiste Nederlandstalige Brelvertolking voor CD opnam die er bestaat.



IN MEMORIAM JAN MESDAG
* 8 december 1953  -  † 4 december 1988

I

Niet eens met leven toegerust
Genoeg voor éen
Heb jij je in je lot geschikt
Als geen

En geen
Die eenzaam ging als jij
Verdween
Zo zeker van de zin van het bestaan

En geen
Die zo de symboliek zag van de nacht
Heeft stil geknikt
De dood gekust


II

En jij vertrok
De ziekte latend in het lege bed
Jij had je laatste paard verwed
En liet de dood je advertenties schrijven

En jij vertrok
De koffers van het leven in je hand
Geen blik meer werpend op het oude land
Want weg te zijn was beter dan te blijven

Verlangend naar een nieuw en groots verschiet
Je laatste adem leggend in het lied
Besefte jij dat éen ding zou beklijven
En je vertrok


III

Ten slotte is er niets
Dan stilte
               om ons heen
Is nergens meer beweging
Ten slotte is er niets

 

| index | inhoud | ten geleide | vorige preek | volgende preek |