1984
Hij zocht een vader en je vond een zoon
En minnaars waren wij, een jaar welhaast
Je wist: wat hier gebeurt, is ongewoon
Al stond je ook van weinig meer verbaasd
(Hij paste in geen enkel vast patroon)
Hij was een storm die nooit leek uitgeraasd
Toen kwam wat hij zo goed had voorbereid
Van waanidee tot onherstelbaar feit
Hij nam de lift (je woonde in een flat) –
De avond was onmerkbaar aangevangen –
Hij sprong op elf; niets had hem meer belet
De bloedvlek op de stoep, dat beeld bleef hangen
En dan het graf: een eeuwig bruiloftsbed
Van wanhoop en onmetelijk verlangen
 |